ECLI:NL:HR:2024:1392
Hoge Raad · 08-10-2024 · zaaknummer 22/02289
Inhoudsindicatie
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Aanwezigheidsrecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte en bevelen dat met behandeling van zaak zal worden voortgegaan, nu dagvaarding voor (nadere) tz. in hoger beroep inhoudt dat er sprake zou zijn van “rolzitting” waarop zaak als er bezwaren kenbaar zijn gemaakt tegen vonnis Ktr niet inhoudelijk zou worden behandeld? Gelet op procesverloop (in het bijzonder omstandigheden dat (i) in dagvaarding voor (nadere) tz. in h.b. wordt gesproken van “rolzitting” die “is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen alsnog uw bezwaren op te geven tegen vonnis, waarna behandeling van uw strafzaak direct zal worden aangehouden tot nadere datum waarop uw strafzaak inhoudelijk behandeld zal worden” en (ii) verdachte al voorafgaand aan die zitting zijn bezwaren met appelschriftuur had opgegeven) is ‘s hofs beslissing om verstek te verlenen tegen niet verschenen verdachte en te bevelen dat buiten zijn aanwezigheid met behandeling van zaak zal worden voortgegaan, niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- L. Snel
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
