ECLI:NL:HR:2024:1352
Hoge Raad · 01-10-2024 · zaaknummer 23/02514
Inhoudsindicatie
Beschikking dwangbevel, verzet tegen dwangbevel a.b.i. art. 6:4:5.3 Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, niet voldaan aan verplichting tot consignatie en art. 6:1:17.2 Sv. Kan dwangbevel worden tenuitvoergelegd als nog niet onherroepelijk is beslist op verzet tegen strafbeschikking? 2. Ongegrondverklaring van het door betrokkene ingestelde verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel. Heeft Rb miskend dat strafbeschikking waarbij geldboete is opgelegd, niet onherroepelijk is? Ad 1. Uit art. 6:1:17.2 Sv volgt dat tul van strafbeschikking wordt geschorst of opgeschort door verzet tegen die strafbeschikking. In zo’n geval kan, zolang niet onherroepelijk op dat verzet is beslist, niet worden overgegaan tot nemen van verhaal krachtens dwangbevel a.b.i. art. 6:4:5.1 Sv. O.g.v. art. 6:4:5.3 Sv is betrokkene in zijn cassatieberoep alleen ontvankelijk na voorafgaande consignatie (zekerheidstelling) van nog verschuldigd bedrag en van kosten op griffie van gerecht dat beschikking heeft gegeven. Hoewel binnen gestelde termijn geen consignatiebetaling van betrokkene is ontvangen, vindt HR i.c. geen grond voor niet-ontvankelijkverklaring van cassatieberoep dat betrokkene heeft ingesteld tegen beslissing Rb op verzet tegen tul van dwangbevel. Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen oplegging van strafbeschikking. Anders dan Rb kennelijk tot uitgangspunt heeft genomen, is op dat verzet a.g.v. instellen van hoger beroep tegen vonnis economische Pr, waarin strafbeschikking is vernietigd, nog niet onherroepelijk beslist. Dat brengt met zich, gelet op art. 6:1:17.2 Sv, dat nog sprake is van schorsing of opschorting van tul van strafbeschikking en dat betrokkene dus (nog) geen bedrag is verschuldigd aan Staat. Nu procedure van art. 6:4:5.3 Sv betrekking heeft op verzet tegen dwangbevel dat is uitgevaardigd i.v.m. een voor tul vatbare uitspraak of strafbeschikking, kan in dit geval (waarin Rb heeft miskend dat aan betrokkene opgelegde strafbeschikking (nog) niet voor tul vatbaar was) niet eis worden gesteld dat voorafgaande consignatie plaatsvindt. Ad 2. Uit voorgaande volgt ook dat middelen terecht zijn voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- J.J.O. Zandt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
