ECLI:NL:HR:2024:1345
Hoge Raad · 01-10-2024 · zaaknummer 23/02786
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beschikking Rb op het door betrokkene ingestelde hoger beroep tegen door RC op vordering van OvJ genomen beslissing tot verlenen van machtiging tot ontruiming van kraakpand a.b.i. art. 551a Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep OM, art. 446.2 Sv. 2. Had omstandigheid dat betrokkene heeft nagelaten haar persoonsgegevens bekend te maken bij instellen van h.b. moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van h.b.? Ad 1. Beslissing van Rb strekt ertoe dat (anders dan door RC is beslist) vordering van OvJ niet wordt toegewezen. Er is daarmee sprake van beschikking a.b.i. art. 446.2 Sv. Cassatieberoep van OM is daarom ontvankelijk. Ad 2. Tegen beschikking van RC is h.b. ingesteld door persoon die in daarvan opgemaakte akte als “NN1” wordt aangeduid. Pas na aanvang van behandeling van h.b. is bekend geworden dat “NN1” betrokkene betreft. In beschikking van R-C zijn personen op wie daarin genoemde vordering betrekking heeft, niet bij naam aangeduid maar als “NN (alle aanwezige personen in nagenoemd pand), van wie zich niemand bekend heeft gemaakt en/of een of meer vooralsnog onbekend gebleven perso(o)n(en)”. Dat betekent dat tegen die beschikking alleen onder bekendmaking van persoonsgegevens h.b. kon worden ingesteld (vgl. HR:2001:AB0259). Nu betrokkene bij instellen van h.b. heeft nagelaten haar persoonsgegevens bekend te maken, had Rb h.b. n-o moeten verklaren. HR doet wat Rb had moeten doen en verklaart h.b. van betrokkene alsnog n-o. Samenhang met 23/02785 B.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- W.H. Jebbink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
