ECLI:NL:HR:2024:1216
Hoge Raad · 17-09-2024 · zaaknummer 22/04019
Inhoudsindicatie
Ontucht met twee 11-jarige/15-jarige meisjes door 62-jarige/65-jarige eigenaar van viswinkel waar meisjes werkzaam zijn, art. 249.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 1) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van getuigen. 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 2) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van moeder van aangeefster. 3. Schakelbewijsconstructie. Is verklaring van aangeefster m.b.t. feit 1 redengevend als schakelbewijs voor feit 2? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu hof m.b.t. getuige A heeft overwogen waarom het geen aanleiding ziet aan juistheid en betrouwbaarheid van verklaring van deze getuige te twijfelen en m.b.t. getuige B heeft overwogen waarom het overtuigt is dat ook deze getuige naar waarheid heeft verklaard. Ten slotte geldt m.b.t. getuige C dat uit pleitnota niet kan worden opgemaakt dat over betrouwbaarheid van gebruikte inhoud van haar verklaring verweer is gevoerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Deze uitkomst wordt niet anders als in schriftuur opgenomen verwijzing naar “verklaringen van getuige B” verbeterd wordt gelezen als “verklaringen van getuige D”. ‘s Hofs oordeel dat deze verklaringen voor bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu uit bewijsoverwegingen kan worden opgemaakt dat hof voor bewijsvoering inderdaad gebruik heeft gemaakt van verklaringen van moeder van aangeefster, maar dat dit getuige D is en niet (zoals in schriftuur genoemd) getuige B. Verklaringen van getuige B (moeder van andere aangeefster) heeft hof alleen gebruikt voor bewijsvoering van feit 1. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Door hof genoemde omstandigheden zijn toereikend voor oordeel dat sprake is van dermate specifieke overeenkomsten t.a.v. context en patroon van handelen van verdachte dat verklaring van aangeefster over feit 1 als schakelbewijs kan worden gebruikt voor feit 2. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- M.W. Stoet
- V. van den Brink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
