ECLI:NL:HR:2024:1168
Hoge Raad · 17-09-2024 · zaaknummer 22/01350
Inhoudsindicatie
Afleveren van hennep (art. 3.B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. zakelijke afspraak van verdachte in buitenland, door hof afgewezen op grond dat hof geen noodzaak ziet aanwezigheidsrecht voorrang te geven t.o.v. andere belangen. Afwijzing toereikend gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1737 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan verzoek tot aanhouding van onderzoek ttz. is door raadsvrouw ten grondslag gelegd dat verdachte weliswaar op de hoogte is van datum van tz. in h.b. en aanvankelijk ook van plan was naar zitting te komen, maar dat hij zakelijke afspraak heeft gemaakt en daarvoor in Scandinavië verkeert. Hof heeft verzoek afgewezen op grond dat hof “geen noodzaak (ziet) om aanwezigheidsrecht van verdachte voorrang te geven t.o.v. andere belangen”. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid aannemelijk is, maar dat belang dat niet alleen verdachte maar ook samenleving heeft bij doeltreffende en spoedige berechting, zwaarder weegt dan belang van verdachte bij aanwezigheidsrecht. Dat oordeel is, gelet op wat door raadsvrouw aan verzoek ten grondslag is gelegd en mede in aanmerking genomen dat door raadvrouw niet is toegelicht waarom zakelijke afspraak op dat moment doorgang moest vinden, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- L.C. de Lange
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
