ECLI:NL:HR:2024:1148
Hoge Raad · 10-09-2024 · zaaknummer 22/02313
Inhoudsindicatie
Bedreiging met misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, met misdrijf tegen leven gericht en met zware mishandeling door met auto in te rijden op pui van daklozenopvang, art. 285.1 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. aantasting in persoon ‘op andere wijze’. ‘s Hofs oordeel dat aard en ernst van normschending meebrengen dat door b.p. ondervonden nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat aantasting in persoon kan worden aangenomen, is niet zonder meer begrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat b.p. zich niet in huiskamer bevond toen verdachte inreed op pui daarvan. Als onderbouwing van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ volstaat niet dat b.p. te kennen heeft gegeven dat hij erg geschrokken en angstig is sinds incident en veel spanning voelt. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing. CAG: anders.
Advocaten
- M.E. van Wees
- P. van de Kerkhof
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
