ECLI:NL:HR:2024:1118
Hoge Raad · 10-09-2024 · zaaknummer 23/02882
Inhoudsindicatie
Medeplegen voorbereiding moord door peilbaken voorhanden te hebben, art. 46.1 en 289 Sr. Bewijsklacht opzet. Was voorwaardelijk opzet van verdachte gericht op (door anderen uit te voeren) moord? Voor voorbereiding van misdrijf a.b.i. art. 46 Sr is vereist dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk misdrijf in die bepaling omschreven voorbereidingshandelingen en voorbereidingsmiddelen waren gericht en dat opzet van verdachte op begaan daarvan was gericht (vgl. HR:2021:1258). Onder dit opzet is voorwaardelijk opzet begrepen (vgl. HR:2009:BH9030). Hof heeft vastgesteld dat verdachte en medeverdachte zich gedurende enkele dagen hebben beziggehouden met uitvoering van opdracht die bestond uit zoeken van A en voorhanden hebben van peilbaken met als doel dat te plakken onder de door A gebruikte auto, waarbij zij ervan uit zijn gegaan dat achtergrond van opdracht financieel conflict betrof tussen A en personen die zich bezighielden met investeren in cocaïnetransport, dat medeverdachte de verdachte een goede vriend noemde en met hem over opdracht heeft gesproken en dat verdachte op vraag van medeverdachte of hij wilde meedoen aan opdracht, heeft geantwoord dat hij dat wilde. Hof heeft ook vastgesteld dat verdachte heeft verklaard dat degene die zij moesten vinden niet wilde betalen maar ‘wel stoer deed met geld op snapchat’, dat hij ‘weet dat het fout kan zijn als je peilbaken moet plaatsen’ en dat hij peilbaken in brievenbus heeft gedaan omdat hij ‘niet met bewijsmateriaal gepakt wilde worden’. Hof heeft overwogen dat voor opdrachtgever in zware drugscriminaliteit heimelijk lokaliseren van iemand met wie conflict bestaat en heimelijk plaatsen van peilbaken onder de door deze persoon gebruikte auto beperkt aantal doelen kan hebben, dat één daarvan mogelijk maken van liquidatie is en dat feit van algemene bekendheid is dat conflicten in wereld van personen die zich bezighouden met investeren in cocaïnetransport gepaard kunnen gaan met zeer grof geweld, waaronder liquidaties. Hof heeft geoordeeld dat verdachte door (wetend van conflict in zware drugscriminaliteit als achtergrond van opdracht en van urgentie bij opdrachtgever om bekend te raken met locatie van A) opdracht tot heimelijk plaatsen van peilbaken aan te nemen en uit te voeren, zonder vragen te stellen om zich ervan te verzekeren dat dit niet strekte tot voorbereiding van moord, bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat plaatsen van peilbaken onderdeel was van voorbereiding van moord op A. ’s Hofs oordeel dat voorwaardelijk opzet van verdachte was gericht op begaan van (door anderen uit te voeren) moord op A is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02770, 23/03754 en 23/03874.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- M.A.C. de Bruijn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
