ECLI:NL:HR:2023:911
Hoge Raad · 13-06-2023 · zaaknummer 21/04414
Inhoudsindicatie
Niet opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in door verdachte gehuurde woning die door hem is onderverhuurd aan derde, art 3.C Opiumwet. Bewijsklacht ‘aanwezig hebben’. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit bewijsvoering hof kan niet blijken dat verdachte feitelijke macht over aangetroffen hennepplanten had. Enkel feit dat verdachte in het verleden herhaaldelijk is veroordeeld voor telen en aanwezig hebben van hennep en dat hij wist dat zijn onderhuurder zich met illegale activiteiten kon bezighouden, is onvoldoende grond voor oordeel dat verdachte feitelijke macht kon uitoefenen over hennepplanten in door hem onderverhuurde pand, in de zin dat hij daarover kon beschikken. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J.S. Nan
- N. Gonzalez Bos
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
