ECLI:NL:HR:2023:819
Hoge Raad · 13-06-2023 · zaaknummer 21/03729
Inhoudsindicatie
Werven voor gewapende, terroristische strijd (art. 205.1 Sr). 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van getuigen voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Uitleg “werven voor gewapende strijd” a.b.i. art. 205.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. In dit geval kan niet worden gezegd dat voor bewijs gebruikte verklaringen van getuige A en getuige B onvoldoende steun vinden in overige bewijsmateriaal. Hof heeft immers in bewijsvoering ook betrokken inhoud van onder verdachte inbeslaggenomen USB-stick, laptop en cd, alsmede verklaringen van getuigen C en D. Daarnaast ondersteunen verklaringen van getuigen A en B elkaar wat betreft propageren door verdachte van zijn radicale gedachtegoed. Van schending van art. 342.2 Sv is daarom geen sprake. Ad 2. Zoals uitdrukkelijk is verwoord in wetsgeschiedenis bij art. 205 Sr volstaat voor ontstaan van strafrechtelijke aansprakelijkheid t.z.v. art. 205.1 Sr het enkele ronselen van personen voor de gewapende strijd. Daarbij komt het dus aan op gedraging van degene die werft, zonder dat op zichzelf van belang is hoe degene die wordt geworven, op dat moment tegenover die strijd staat, en of werven resultaat heeft of niet (vgl. HR:2011:BP7585). Aan vaststellingen in bewijsvoering heeft hof niet onbegrijpelijk conclusie verbonden dat verdachte in geleidelijk proces van beïnvloeding op getuige B heeft ingepraat door zijn gedachtegoed prijs te geven, te verdedigen en kracht bij te zetten met propagandamateriaal, dat o.m. inhoudt dat IS en jihad in Syrië goed waren, en getuige B beeldmateriaal heeft laten zien om hem te overtuigen. Hierop gebaseerd oordeel van hof dat verdachte getuige B heeft bespeeld m.b.v. communicatiemiddelen, hem heeft beïnvloed en hem ideologisch rijp heeft gemaakt, e.e.a. om hem te bewegen tot aansluiting bij gewapende, terroristische strijd, en zo getuige B ‘heeft geworven voor de gewapende strijd’ in de zin van art. 205.1 Sr, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat hof niet is ingegaan op wijze waarop handelen van verdachte door getuige B werd ervaren. Volgt verwerping.
Advocaten
- B. Kizilocak
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
