ECLI:NL:HR:2023:772
Hoge Raad · 30-05-2023 · zaaknummer 21/00257
Inhoudsindicatie
Witwassen geldbedrag van € 145.000 (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Is in wasmand in woning van verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig uit enig misdrijf? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2352 m.b.t. bewijs van bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” in witwasbepalingen. ’s Hofs oordeel dat voldoende concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring van verdachte over herkomst van geldbedrag (verdachte heeft geldbedrag in bewaring gekregen van A, die geld had geleend aan B maar inmiddels heeft teruggekregen) niet aannemelijk is geworden, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Hof heeft daaraan immers ten grondslag gelegd dat verdachte wisselend heeft verklaard over de herkomst en de omvang van geldbedrag, verklaring van getuige A een aantal tegenstrijdigheden bevat over de reden dat hij geldbedrag aan verdachte in bewaring heeft gegeven en verklaringen van getuige A en getuige B over de verstrekte lening een groot aantal discrepanties bevatten. Volgt verwerping.
Advocaten
- B.F. Keulen
- C.N.G.M. Starmans
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
