Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2023:73

Hoge Raad · 07-02-2023 · zaaknummer 21/03888

StrafrechtGepubliceerd 20-01-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op geld op bankrekening op naam van klaagster (vennootschap onder firma) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen vennoot naar gewoontewitwassen. 1. Is het hoogst onwaarschijnlijk dat strafrechter, later oordelend, geld op bankrekening op naam van klaagster verbeurd zal verklaren? 2. Vatbaarheid bankrekening van klaagster voor verhaal van aan vennoot op te leggen geldboete of ontnemingsmaatregel. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BL2823 en HR:2020:1971 m.b.t. toepasselijke maatstaf i.g.v. beslag ex art. 94 Sv. Rb heeft geoordeeld dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, geld dat op bankrekening staat, zal verbeurd verklaren. In dit verband heeft Rb vastgesteld dat een van vennoten van klaagster verdachte is in lopend strafrechtelijk onderzoek. Hij zou zich hebben beziggehouden met grootschalige criminele handel in cryptotelefoons en wordt verdacht van gewoontewitwassen over meerdere jaren. In strafrechtelijk onderzoek is vermoeden gerezen dat klaagster betrokken is bij deze verdenking. Adres van klaagster diende als afleveradres van mobiele cryptotelefoons. Er zijn abonnementen afgesloten op naam van klaagster en betaald via rekening van klaagster. Op rekeningen van klaagster vinden contante stortingen en transacties plaats waarvan herkomst nog niet is vastgesteld. Verder vinden bij- en afschrijvingen plaats die volgens onderzoeksteam erg hoog lijken voor onderneming als klaagster. In beschikking van Rb ligt als haar oordeel besloten dat het onder deze omstandigheden, die erop neerkomen dat t.a.v. klaagster vermoeden bestaat van strafbare betrokkenheid bij gewoontewitwassen, niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter geld op bankrekening verbeurd zal verklaren. Oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. Rb heeft vastgesteld dat o.g.v. art. 94a Sv gelegde beslag is gelegd op bankrekening die op naam van klaagster is gesteld en dat A één van de vennoten is van klaagster. Uit vaststellingen van Rb volgt verder dat beslag betrekking heeft op door A verschuldigde betalingsverplichting die kan ontstaan door oplegging aan hem van geldboete of ontnemingsmaatregel. Vermogen dat is bestemd voor bedrijf van vennootschap onder firma, is afgescheiden van privévermogens van de vennoten. Op afgescheiden vermogen kunnen schulden, aangegaan i.h.k.v. door vennootschap onder firma uitgeoefende bedrijf, worden verhaald. (Vgl. HR:2019:649) Kennelijke oordeel van Rb dat op naam van klaagster gestelde bankrekening zonder meer vatbaar is voor verhaal van aan A op te leggen geldboete of ontnemingsmaatregel, is niet toereikend gemotiveerd, nu Rb niet nader is ingegaan op stelling van klaagster dat bankrekening waarop beslag is gelegd, verband houdt met bedrijf van klaagster als vennootschap onder firma. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Rb heeft ongegrondverklaring van beklag van klaagster - en daarmee niet-geven van last tot teruggave - tevens doen steunen op haar niet onbegrijpelijke en toereikend gemotiveerde oordeel dat belang van strafvordering voortduren van o.g.v. art. 94 Sv gelegde beslag vordert. Gelet hierop heeft klaagster onvoldoende belang bij vernietiging van bestreden beschikking op dit punt en terugwijzing van zaak naar Rb. Volgt verwerping.

Advocaten

  • T.N.B.M. Spronken
  • W.A.J.A. Welten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.