ECLI:NL:HR:2023:727
Hoge Raad · 30-05-2023 · zaaknummer 22/00529
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex 94a Sv op geldbedragen in woning van klaagster t.l.v. ander t.z.v. verdenking van gekwalificeerde diefstal, (gewoonte maken van) opzetheling en deelname aan criminele organisatie. Derdenbeslag. Heeft Rb (enkelvoudige kamer) door te overwegen dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer, juiste maatstaf toegepast? HR herhaalt relevante overwegingen uit :HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaven als ex art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en een derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat zij deze maatstaven heeft aangelegd bij beoordeling van klaagschrift. Dit betekent dat haar beschikking ontoereikend is gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. geld uit 3 (spaar)potten (€ 274,92, € 1.477,78 en € 335,77) en bedrag in portemonnee van klaagster (€ 750). CAG (strekking): algehele vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.L.A.M. Pluijmakers
- P.M. Frielink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
