ECLI:NL:HR:2023:722
Hoge Raad · 16-05-2023 · zaaknummer 20/03054
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheden dat (i) CBR bij besluit van 11-4-2014 het rijbewijs van verdachte ongeldig heeft verklaard en dit besluit aan verdachte kenbaar is gemaakt door verzending per gewone post én per aangetekende brief aan toenmalig BRP-adres van verdachte, (ii) verdachte eerder tussen 11-4-2014 en 4-5-2018 onherroepelijk is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs en verdachte de hem toen opgelegde gevangenisstraf in februari 2018 volledig heeft uitgezeten en (iii) verklaring die verdachte tegenover politie heeft afgelegd, worden afgeleid dat verdachte “wist” dat zijn rijbewijs op 4-5-2018 ongeldig was verklaard? HR: Om redenen vermeld in de CAG slaagt middel. CAG: Uit de door hof genoemde omstandigheden kan niet volgen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
- S.F.W. van 't Hullenaar
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
