ECLI:NL:HR:2023:684
Hoge Raad · 09-05-2023 · zaaknummer 23/00121
Inhoudsindicatie
Herziening. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, en medeplegen van poging tot oplichting (art. 326 Sr). Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6 EVRM is geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Op gronden vermeld in CAG is aanvraag gegrond. CAG: EHRM heeft vastgesteld dat sprake is van schending van verdragsregel, aangezien aanvrager niet effectieve en behoorlijke mogelijkheid is geboden om drie getuigen te ondervragen die voor aanvrager belastende verklaring hebben afgelegd en deze getuigenverklaringen vervolgens wel voor het bewijs zijn gebruikt. Herziening is noodzakelijk met het oog op rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op 14/06151 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 81.1 RO).
Advocaten
- E.J. Hofstee
- W.H. Jebbink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
