ECLI:NL:HR:2023:611
Hoge Raad · 18-04-2023 · zaaknummer 21/02325
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag (aanvankelijk) ex art. 94 Sv en (nadien omgezet in) art. 94a Sv op horloge en geldbedrag (€ 45.000) onder ander (beslagene/verdachte) in diens woning t.z.v. verdenking van zonder vergunning aanbieden van kansspelen (art. 1.1.a Wet op de kansspelen). Absolute competentie, bevoegdheid economische raadkamer. Was gewone (enkelvoudige) raadkamer bevoegd kennis te nemen van klaagschrift, nu beslagene wordt verdacht van economisch delict? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Blijkens machtiging conservatoir beslag van RC gaat het om verdenking van overtreding van art. 1.1.a Wok, strafbaar gesteld in art. 36 Wok. Deze overtreding levert o.g.v. van art. 1.3 WED een economisch delict op. Uit machtiging en andere processtukken blijkt niet dat tevens sprake is van verdenking van commuun delict. Gelet hierop en i.h.b. op HR:2007:BB8752 is uitsluitend economische kamer van Rb bevoegd als raadkamer op te treden. P-v van behandeling van klaagschrift in raadkamer en beschikking Rb houden echter niet in dat behandeling is gedaan en beslissing is gegeven door economische raadkamer. Het moet er daarom voor worden gehouden dat dit niet is gebeurd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
