ECLI:NL:HR:2023:536
Hoge Raad · 11-04-2023 · zaaknummer 21/02873
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheden dat verdachte al eerder (op 22-1-2018) kennelijk op tegenspraak was veroordeeld wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en dat zijn rijbewijs reeds op 28-11-2008 ongeldig was verklaard en verdachte op 10-5-2019 zijn rijbewijs nog steeds niet terug had (zodat hij op 10-5-2019 “tenminste aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij als bestuurder personenauto reed terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard”), worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één van de raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak heeft gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in de CAG slaagt middel. CAG: Uit de door het hof genoemde omstandigheden kan niet volgen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Ad 2. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- P. van de Kerkhof
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
