ECLI:NL:HR:2023:480
Hoge Raad · 28-03-2023 · zaaknummer 21/03585
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 270.150) in verborgen ruimte van vrachtwagen onder klager t.z.v. verdenking van uitvoer van cocaïne en witwassen, waarna strafzaak tegen klager is geseponeerd. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast door te overwegen dat niet buiten redelijke twijfel staat dat klager als eigenaar van geldbedrag moet worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf bij beoordeling van klaagschrift van beslagene i.g.v. beslag ex art. 94 Sv. Rb is kennelijk van oordeel geweest dat het belang van strafvordering het voortduren van beslag niet (langer) vorderde. Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard omdat ‘voorshands niet buiten redelijke twijfel staat dat klager als eigenaar van inbeslaggenomen geldbedrag moet worden aangemerkt’. Daarmee heeft Rb een andere maatstaf toegepast bij beoordeling van klaagschrift dan hiervoor genoemde. Dit betekent dat haar beschikking ontoereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
