ECLI:NL:HR:2023:464
Hoge Raad · 04-04-2023 · zaaknummer 20/04378
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal van schapen uit weide (art. 311.1 Sr), medeplegen witwassen van schapen (art. 420bis.1.a Sr), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en hennepteelt (art. 3.B Opiumwet). Niet beslist op beroep van raadsman van verdachte op overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg, had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. Omdat zo’n beslissing in uitspraak van hof ontbreekt, is middel terecht voorgesteld. HR doet zaak zelf af door aan te nemen dat in e.a. redelijke termijn is overschreden en opgelegde gevangenisstraf van 19 maanden (mede gelet op overschrijding van redelijke termijn in cassatie) met 1 maand te verminderen. CAG: anders. Samenhang met 20/04380 en 21/00345.
Advocaten
- M.J.J.E. Stassen
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
