ECLI:NL:HR:2023:462
Hoge Raad · 28-03-2023 · zaaknummer 21/03156
Inhoudsindicatie
Witwassen van geldbedragen (€ 20.010) door meerdere coupures in zak van trui en onder bijrijdersstoel van auto te hebben, art. 420bis.1.a Sr en 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Heeft verdachte vindplaats van geldbedragen verborgen en verhuld? Nu uit ‘s hofs bewijsvoering niet méér kan worden afgeleid dan dat de verdachte (in losse stapeltjes) geldbedragen van € 10.000 en € 10.010 heeft meegevoerd in zijn kleding en onder een autostoel, is bewezenverklaring wat betreft ‘verbergen en verhullen van vindplaats’ van deze geldbedragen a.b.i. art. 420bis.1.a Sr ontoereikend gemotiveerd. Dat behoeft echter niet tot cassatie te leiden. Nu hof ook heeft bewezenverklaard dat verdachte betreffende geldbedragen voorhanden heeft gehad terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf en hof kennelijk heeft geoordeeld dat sprake was van eendaadse samenloop m.b.t. verbergen en verhullen van vindplaats van die geldbedragen, heeft verdachte geen belang bij zijn klacht. Volgt verwerping.
Advocaten
- G. Spong
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
