ECLI:NL:HR:2023:410
Hoge Raad · 21-03-2023 · zaaknummer 21/02438
Inhoudsindicatie
Beroepsmatig opzettelijk inbreuk maken op auteursrecht van CBR en IBKI door als rijschoolhouder met spy-bril tijdens afleggen van theorie-examens vragen op te nemen (art. 31a en 31b Auteurswet) en witwassen geldbedrag (art. 420bis en 420quater Sr). 1. Heeft hof wat betreft tlgd. witwassen grondslag van tll. verlaten? 2. Verbeurdverklaring inbeslaggenomen voorwerpen (art. 33a.1 Sr). Ad 1. Tll. is wat betreft het ‘overdragen’ toegesneden op handelen in strijd met art. 420bis.1.b Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1.b Sr en is wat betreft overige gedragingen toegesneden op handelen in strijd met art. 420bis.1.a Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1.a Sr. Tlgd. is o.m dat verdachte van een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 95.786,35, “heeft verborgen en/of verhuld wie (...) voornoemd geldbedrag, voorhanden heeft gehad” a.b.i. art. 420bis.1.a Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1.a Sr. Hof heeft hiervan bewezenverklaard dat verdachte “in totaal ongeveer 95.786,35 euro voorhanden heeft gehad”. Door verdachte vrij te spreken van zinsnede “heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd geldbedrag”, heeft hof iets anders bewezenverklaard dan is tlgd. Aldus heeft hof grondslag van tll. verlaten. T.l.v. verdachte is ook bewezenverklaard dat hij in totaal ongeveer € 95.786,35 heeft “overgedragen”. Uit bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte van in tll. genoemd geldbedrag van € 95.786,35, geldbedragen van in totaal € 86.276,35 heeft overgedragen aan in b.m. genoemde andere personen. Dat geldt echter niet voor resterend bedrag van € 9.510. Als dit onder verdachte inbeslaggenomen bedrag van € 9.510 (ten aanzien waarvan uit b.m. wel kan worden afgeleid dat verdachte dit ‘voorhanden heeft gehad’ a.b.i. art. 420bis.1.b Sr onderscheidenlijk art. 420quater.1.b Sr) niet zou zijn meegeteld in bewezenverklaard geldbedrag, zouden aard en ernst van bewezenverklaarde niet zijn aangetast, terwijl ook kwalificatie ongewijzigd zou zijn gebleven. Daarom heeft verdachte onvoldoende belang bij cassatie (vgl. HR:2021:1751). Ad 2. In aanmerking genomen wat t.l.v. verdachte is bewezenverklaard, is oordeel hof dat betreffende voorwerpen geheel of grotendeels “door middel van het tlgd. en bewezenverklaarde zijn verkregen”, niet z.m. begrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat uit beslissing niet blijkt dat hof (ook) op een of meer van de andere in art. 33a.1 Sr genoemde gronden verbeurdverklaring mogelijk heeft geacht. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring en terugwijzing. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. beslissingen over witwassen en strafoplegging en terugwijzing.
Advocaten
- N. van Schaik
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
