ECLI:NL:HR:2023:284
Hoge Raad · 07-03-2023 · zaaknummer 21/01909
Inhoudsindicatie
Verduistering in dienstbetrekking van ingelegde geldbedragen door financieel adviseur, meermalen gepleegd (art. 322 Sr). 1. Bewijsklachten wederrechtelijke toe-eigening van geldbedragen en opzet op wederrechtelijke toe-eigening. 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. 3. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Ad 3. HR ambtshalve: Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR:2022:714). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 130, 43, 30, 102 en 55 dagen kan worden toegepast.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J.J.J. van Rijsbergen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
