ECLI:NL:HR:2023:283
Hoge Raad · 07-03-2023 · zaaknummer 21/01880
Inhoudsindicatie
Invoer van 222 kg hasjiesj (art. 3.A Opiumwet). 1. Bewijsklacht opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen. Wist verdachte dat door hem vervoerde boilers (met hasjiesj) uit buitenland afkomstig waren? 2. Bewijsklacht. Kon hof aannemen dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij in bewezenverklaring opgenomen hoeveelheid hasjiesj binnen grondgebied van Nederland zou brengen, nu boilers zich op moment van ophalen al in Nederland bevonden? 3. Bewijsklacht. 4. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof bij strafoplegging (gevangenisstraf van 16 maanden) volstaan met strafvermindering van 2 maanden? 5. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1., 2., 3. en 4. HR: art. 81.1 RO. Ad 5. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- P.F.M. Gulickx
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
