ECLI:NL:HR:2023:226
Hoge Raad · 14-02-2023 · zaaknummer 21/01873
Inhoudsindicatie
Medeplegen vervoeren van cocaïne in rugzak in auto, art. 2.B Opiumwet. Vrijspraak eerste aanleg. Bewijsklacht. Heeft hof in strijd met art. 359.2 Sv niet in het bijzonder redenen opgegeven waarom het is afgeweken van door verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten die strekken tot vrijspraak? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Klacht dat hof ‘op geen enkele wijze gerespondeerd’ heeft op de namens verdachte naar voren gebrachte standpunten, mist feitelijke grondslag. Standpunt dat geen sprake zou zijn van vervoeren omdat rugzak toebehoorde aan medeverdachte en deze zelfstandig met rugzak achterin is gestapt, is niet uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat zelfstandige reactie behoefde. Standpunt dat cocaïne zich niet in ‘machtssfeer’ van verdachte bevond, is door raadsman naar voren gebracht i.v.m. alternatief tlgd. ‘aanwezig hebben’ van cocaïne, terwijl hof heeft bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk vervoeren van cocaïne heeft medegepleegd. Door vervoeren bewezen te verklaren heeft hof niet in strijd met dit standpunt beslist. V.zv. hetgeen namens verdachte is aangevoerd een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt oplevert, heeft hof daarop toereikend gerespondeerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- B.F. Keulen
- S.C. van Paridon
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
