ECLI:NL:HR:2023:1684
Hoge Raad · 05-12-2023 · zaaknummer 21/03184
StrafrechtGepubliceerd 01-12-2023
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) in gezamenlijke woning van verdachte en haar partner. Bewijsklachten. Kan wetenschap dan wel bewustheid van aanwezigheid van voorwerpen uit bewijsmiddelen worden afgeleid? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- J.J.J. van Rijsbergen
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
