ECLI:NL:HR:2023:1663
Hoge Raad · 28-11-2023 · zaaknummer 21/00662
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag (art. art. 287 Sr), poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en opzettelijke en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr). TBS met voorwaarden opgelegd. Toelaatbaarheid voorwaarde dat verdachte meewerkt aan tijdelijke opname voor duur van maximaal zeven weken in instelling en voorwaarde dat verdachte meewerkt aan opname in zorginstelling, art. 38a en 38d.1 Sr. Mocht hof beslissing over noodzaak tot tijdelijke opname van verdachte in kliniek en duur van opname van verdachte in zorginstelling overlaten aan reclassering en/of zorg- dan wel behandelinstelling? 1. Voorwaarde dat verdachte meewerkt aan tijdelijke opname voor duur van maximaal zeven weken in instelling. 2. Voorwaarde dat verdachte meewerkt aan opname in zorginstelling. Ad 1. Voorwaarden maken deel uit van reeks van voorwaarden betreffende gedrag van verdachte. Klacht over afzonderlijke voorwaarden moet worden beoordeeld tegen achtergrond van geheel van gestelde voorwaarden, die onmiskenbaar strekken tot doeltreffende behandeling van verdachte en dus ook tot voorkomen van nieuwe strafbare feiten. O.g.v. art. 38a Sr kan als voorwaarde bij TBS opneming van veroordeelde in, door rechter in zijn uitspraak aan te wijzen, instelling worden gesteld. Beslissing of zich noodzaak voordoet van opneming van veroordeelde in instelling en, zo ja, in welke instelling, is voorbehouden aan rechter (vgl. i.v.m. toepassing van art. 14c.2.10 Sr HR:2018:946). Gelet hierop is door hof gestelde voorwaarde, v.zv. deze beslissing of verdachte zich voor duur van maximaal zeven weken moet laten opnemen in instelling, in handen legt van reclassering en/of voor indicatie verantwoordelijke instantie, onverenigbaar met art. 38a Sr. Zonder rechterlijke toetsing is opname slechts mogelijk als verdachte daarmee instemt op moment dat opname aan de orde is. Ontbreekt instemming op dat moment, dan biedt art. 6.6.10a Sv de mogelijkheid dat RC tijdelijke opname beveelt als aan in die bepaling gestelde eisen is voldaan. HR zal zaak zelf afdoen. Ad 2. Maatregel van TBS geldt o.g.v. 38d.1 Sr voor termijn van twee jaar. Termijn kan door verlengingsrechter, op vordering van OM, telkens hetzij met een jaar, hetzij met twee jaar worden verlengd, waarbij maximale duur TBS periode van negen jaar niet te boven mag gaan. Bij gelegenheid van verlenging kan gestelde voorwaarde door verlengingsrechter worden aangevuld, gewijzigd of opgeheven. In wettelijk systeem ligt daarom besloten dat, als (zoals in dit geval) rechter een voorwaarde stelt die strekt tot opname in instelling en hij daarbij niet een concrete duur van opname bepaalt, die duur in elk geval is beperkt tot termijn van TBS. Daarbij wordt duur van termijn bij mogelijke verlenging van maatregel opnieuw door rechter getoetst. V.zv. middel klaagt dat hof zich niet heeft uitgelaten over concrete duur van opname, faalt het daarom. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. voorwaarde dat verdachte meewerkt aan tijdelijke opname voor duur van maximaal zeven weken in instelling (zonder terugwijzing).
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- D.W.H.M. Wolters
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
