ECLI:NL:HR:2023:16
Hoge Raad · 07-02-2023 · zaaknummer 21/04874
Inhoudsindicatie
Opzettelijk vervoeren van cocaïne en heroïne in auto van verdachte, art. 2.B Opiumwet. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdovende middelen zich in machtssfeer verdachte bevonden en dat verdachte wetenschap had van in zijn auto verborgen verdovende middelen, in het licht van ’s hofs vaststelling dat verdachte t.t.v. aanhouding op bijrijdersstoel zat terwijl verdovende middelen zich naast bestuurder onder een eenvoudig te verwijderen paneel bevonden? HR: art. 81.1 RO.
Rechters
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- O.J. Much
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
