ECLI:NL:HR:2023:1560
Hoge Raad · 14-11-2023 · zaaknummer 22/03580
Inhoudsindicatie
Groot aantal winkeldiefstallen, art. 310 Sr. ISD-maatregel opgelegd. Heeft hof gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde, nu voorzitter hof ná laatste woord van verdachte maar vóór sluiting onderzoek ttz. heeft geweigerd raadsman in de gelegenheid te stellen om verzoek te doen m.b.t. voorlopige hechtenis van verdachte? 1. Voorzittersbeslissing. 2. Heeft hof geweigerd om te beslissen op verzoek? 3. Is er sprake van schending van beginselen van behoorlijke procesorde? Ad 1. Volgens p-v van tz. in hoger beroep heeft voorzitter hof, nadat aan verdachte het recht is gelaten om het laatst te spreken, aan raadsman medegedeeld dat er op dat moment geen ruimte bestond voor verzoek over voorlopige hechtenis van verdachte. Het betreft hier beslissing van voorzitter hof t.b.v. handhaving van orde op tz. Daartegen staat geen beroep in cassatie open (vgl. HR:2010:BJ9897). In zoverre moet middel onbesproken blijven. Ad 2. V.zv. middel klaagt dat onderzoek op tz. nietig is omdat hof heeft geweigerd beslissing te nemen op verzoek van raadsman tot opheffing dan wel schorsing van voorlopige hechtenis van verdachte, mist het feitelijke grondslag, nu zo’n verzoek niet is gedaan. Ad 3. Een bevel tot voorlopige hechtenis kan op verzoek van verdachte of op vordering van OvJ, dan wel ambtshalve, door rechter worden opgeheven dan wel geschorst o.g.v. art. 69 of 80 Sv. Verzoek tot opheffing of schorsing kan zowel tijdens onderzoek ttz. als daarbuiten worden gedaan. Nu raadsman dus ook na afloop van tz. waarop onderzoek plaatsvond zo’n verzoek bij hof kon indienen (vgl. art. 75 en 86 Sv), is door weigering van voorzitter geen sprake van schending van beginselen van behoorlijke procesorde. HR merkt nog dat uit wettelijke regeling zoals die in art. 311 en 345.1 Sv is neergelegd volgt dat (behoudens de in art. 311.5 Sv genoemde uitzondering) onderzoek wordt gesloten nadat verdachte het recht is gelaten als laatste te spreken. Die regeling staat er echter, mede gelet op beginselen van behoorlijke procesorde, niet zonder meer aan in de weg dat na geven van gelegenheid voor laatste woord maar voorafgaand aan sluiting van zitting nog onderwerp dat wel op strafzaak maar niet op dit (op beantwoording van vragen van art. 348 en 350 Sv gerichte) onderzoek ttz. betrekking heeft (bijvoorbeeld voorlopige hechtenis), ter sprake kan worden gebracht. Volgt verwerping.
Advocaten
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
