ECLI:NL:HR:2023:1453
Hoge Raad · 17-10-2023 · zaaknummer 22/00289
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. belediging van ambtenaar, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Kon hof verstek verlenen tegen niet verschenen verdachte, nu uit de bij cassatieschriftuur gevoegde stukken blijkt dat raadsman zich heeft gesteld, hij zich op dag van tz. in hoger beroep tijdig bij bode heeft gemeld en hij zich t.t.v. uitroepen van zaak voor zittingszaal bevond? Uit stukken moet worden afgeleid dat raadsman van verdachte zich tijdig heeft gesteld en dat raadsman op tijdstip van aanvang van tz. bij zittingszaal aanwezig was. Gelet daarop en in aanmerking genomen gang van zaken rond uitroepen van zaak zoals beschreven in brief van hof (aan raadsman), heeft raadsman ten onrechte niet gelegenheid gekregen verdachte in zijn afwezigheid op tz. te vertegenwoordigen. ‘s Hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek ttz. voort te zetten is dus achteraf bezien onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- P. van Dongen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
