ECLI:NL:HR:2023:1365
Hoge Raad · 03-10-2023 · zaaknummer 21/05397
Inhoudsindicatie
Deelname aan criminele organisatie die zich bezighield met invoer van cocaïne via Rotterdamse haven (art. 11b Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne (art. 10a.1 jo. 10.5 Opiumwet). Post-Keskin. Vinden verklaringen van medeverdachten, die zich op hun verschoningsrecht hebben beroepen toen zij als getuigen werden gehoord, voldoende steun in ander bewijsmateriaal en is door gebruik van deze verklaringen voor bewijs sprake van eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM, nu hof niet heeft aangegeven waaruit compenserende factoren bestaan? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/05279.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
