Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2023:1315

Hoge Raad · 26-09-2023 · zaaknummer 23/01346

StrafrechtGepubliceerd 22-09-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. moord (levenslange gevangenisstraf). Is veroordeling in Turkije in strijd met specialiteitsbeginsel en levert dit voltooide flagrante schending op van door art. 6 EVRM gewaarborgde rechten? Uitleveringsrechter moet bij beoordeling van uitleveringsverzoek met als doel tenuitvoerlegging van een aan opgeëiste persoon opgelegde straf uitgaan van juistheid van veroordeling door rechter van verzoekende Staat. Het staat hem (als aan die veroordeling een uitleveringsprocedure is voorafgegaan) niet vrij te treden in beoordeling van vraag of bij die veroordeling het specialiteitsbeginsel in acht is genomen. Dit kan slechts anders zijn als komt vast te staan dat bij totstandkoming van die veroordeling sprake is geweest van flagrante schending van door art. 6 EVRM gewaarborgde rechten (vgl. HR:2006:AU9152). Als wordt aangevoerd dat in zaak die tot die veroordeling heeft geleid, flagrante inbreuk is gemaakt op art. 6.1 EVRM, is het aan uitleveringsrechter te beslissen over vraag of enig in die verdragsbepaling gegarandeerd recht van opgeëiste persoon is geschonden. Dit is niet anders als het gaat om beroep op flagrante inbreuk op art. 14.1 IVBPR. Het gaat hier dus om beroep op voltooide flagrante schending van deze verdragsbepaling(en) (vgl. HR:2017:463). In vaststellingen Rb ligt besloten dat opgeëiste persoon in Turkse strafzaak die heeft geleid tot zijn veroordeling, beroep op specialiteitsbeginsel heeft kunnen doen. Rb heeft geoordeeld dat bij totstandkoming van veroordeling in Turkije niet is gebleken van voltooide flagrante schending van art. 6 EVRM. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van wat door raadsman naar voren is gebracht, toereikend gemotiveerd. Daaruit volgt ook dat het Rb niet vrijstond om te treden in beoordeling van vraag of bij veroordeling in Turkije het specialiteitsbeginsel in acht is genomen. Volgt verwerping.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.