Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2023:124

Hoge Raad · 07-02-2023 · zaaknummer 21/01190

StrafrechtGepubliceerd 27-01-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door als belastingadviseur aangiften inkomstenbelasting van cliënten valselijk op te maken en bij belastingdienst in te dienen, art. 225.1 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 maanden en ontzetting van recht tot uitoefening van beroep van verzorgen van belastingaangiften voor derden voor 5 jaren). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met onjuiste belastingaangiften die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:896 m.b.t. betrekken van niet tlgd. feit bij strafoplegging. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte in totaal 25 aangiften inkomensheffing/inkomstenbelasting van de vijf in bewezenverklaring genoemde cliënten valselijk heeft opgemaakt of vervalst. Hof heeft daarnaast vastgesteld dat verdachte t.b.v. een “groot aantal” van zijn cliënten onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan. Hof heeft verder overwogen dat er t.a.v. kostenposten die als aftrekbaar zijn aangemerkt en specifieke steeds terugkerende bedragen die zijn opgevoerd, sprake was van opmerkelijke overeenkomsten tussen de 25 in bewezenverklaring genoemde aangiften en die van andere klanten van verdachte, en dat de stelselmatige en systematische handelwijze van verdachte m.b.t. valselijk opmaken van de in bewezenverklaring genoemde aangiften ook geldt voor invullen van aangiften voor een aanzienlijk deel van klanten van verdachte die niet in bewezenverklaring zijn genoemd. Daarbij heeft hof betrokken dat verdachte heeft bevestigd dat de vijf in bewezenverklaring genoemde klanten “doorsnee klanten” betroffen, en geoordeeld dat de in tll. genoemde cliënten voldoende representatief zijn voor merendeel van (in totaal 4.546) aangiften die als afwijkend naar voren kwamen. Hof heeft op grond hiervan niet onbegrijpelijk geoordeeld dat uit verhandelde ttz. voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van grootschalige fraude. ’s Hofs kennelijke oordeel dat dat grootschalig karakter van delict een voor straftoemeting relevante omstandigheid betreft, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01163 P.

Advocaten

  • D.J.C. Aben
  • M.M.A.J. Goris

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.