ECLI:NL:HR:2023:1043
Hoge Raad · 11-07-2023 · zaaknummer 22/00082
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag door met vuurwapen van korte afstand op slachtoffer te schieten terwijl deze in auto zat (art. 287 Sr) en overtreding art. 26.1 WWM. Bewijsvoering (voorwaardelijk) opzet van verdachte op dood van slachtoffer. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Oordeel hof dat verdachte met voor poging tot doodslag vereiste opzet heeft gehandeld, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is – ook in licht van gevoerde verweer, inhoudende dat verdachte bewust heeft gericht naar beneden op been van slachtoffer – toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat hof over aard van gedraging heeft vastgesteld dat verdachte zijn vuurwapen door geopend raam van auto heeft gericht op slachtoffer, dat achter stuur van die auto zat, en verdachte toen in heup van slachtoffer heeft geschoten. Verder heeft hof vastgesteld dat daarbij – mede gelet op kleine ruimte waarin slachtoffer zich bevond – sprake was van aanmerkelijke kans dat vitale delen van slachtoffer zouden worden geraakt. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.E. Harteveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
