ECLI:NL:HR:2023:1015
Hoge Raad · 11-07-2023 · zaaknummer 22/01915
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex 94 Sv op motorfiets van klaagster onder schoonzoon van klaagster t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs. Had klaagster redelijkerwijs kunnen vermoeden dat haar bromfiets door verdachte (schoonzoon) i.v.m. strafbaar feit zou worden gebruikt? Art. 33a.2.a Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb heeft door bij haar oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig zal bevelen, beslissend te achten dat klaagster “niet haar verantwoordelijkheid heeft genomen door te verifiëren of beslagene inmiddels over een geldig rijbewijs beschikt”, haar oordeel niet toereikend gemotiveerd. Rb had bij dit oordeel moeten betrekken of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter daarbij ook tot het oordeel zal komen dat klaagster bekend was met het gebruik van het voertuig voor rijden zonder rijbewijs door verdachte op 14-3-2022, dan wel dat gebruik redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
Advocaten
- A.E. Harteveld
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
