Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2022:964

Hoge Raad · 28-06-2022 · zaaknummer 21/05387

StrafrechtGepubliceerd 27-06-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening. Feitelijk leiding geven aan opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte omzetbelasting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69 AWR. Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat hof ten onrechte tot oordeel is gekomen dat aangiften omzetbelasting van project opzettelijk onjuist en/of onvolledig zijn gedaan doordat in die aangiften 3 transacties die zien op project niet zijn betrokken. Ter onderbouwing worden 21 als ‘nova’ aangeduide gegevens aangevoerd, waaruit volgens aanvraag blijkt dat: feitelijk verloop van project anders was, transacties 1-2 niet kunnen worden gekwalificeerd als btw-relevante transacties en/of recht op aftrek van omzetbelasting bestond dan wel sprake was van een pleitbaar standpunt, verkoopfacturen in administratie zijn geboekt wat heeft geleid tot aangifte omzetbelasting, aanvrager onregelmatigheden met omzetbelasting heeft voorkomen, hof heeft beslist o.b.v. incompleet dossier, beweerdelijke fiscale nadeel is terugbetaald aan Belastingdienst en door hof voor bewijs gebruikte verklaring van aanvrager niet kan worden gekwalificeerd als bekennende verklaring. De in aanvraag overgelegde documenten en deskundigenrapporten bevatten geen f&o die als novum kunnen worden aangemerkt. Dat feitelijk verloop van project anders was dan overeengekomen, levert niet voor herziening vereiste ‘ernstige vermoeden’ op. Wat verder nog is aangevoerd m.b.t. transactie 2 is een gegeven dat bij onderzoek op tz. aan rechter bekend was en om die reden niet tot herziening kan leiden. Wat betreft transactie 3 bieden bij aanvraag overgelegde documenten en deskundigenrapporten noch op zichzelf beschouwd, noch in onderling verband bezien steun aan stelling dat hof, indien het hiermee bekend zou zijn geweest, tot oordeel was gekomen dat op naam van B.V. gestelde opgaven omzetbelasting van deze opbrengsten juist en volledig zijn gedaan en dus op dat punt tot vrijspraak was gekomen. V.zv. aanvraag berust op stelling dat hof heeft beslist o.b.v. incompleet dossier, beweerdelijk fiscaal nadeel aan Belastingdienst is terugbetaald en/of dat geen sprake is van bekennende verklaring van aanvrager, geldt dat ook indien wordt uitgegaan van juistheid van stellingen, dit niet kan leiden tot een van de in art. 457.1.c Sv genoemde beslissingen. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR:2010:BK2149 (strafzaak), 12/03691 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 81.1 RO) en HR:2018:1825 (herzieningszaak).

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.