ECLI:NL:HR:2022:911
Hoge Raad · 21-06-2022 · zaaknummer 19/04995
Inhoudsindicatie
Onttrekken van lijk aan nasporing (art. 151 Sr), nalaten tijdig gegevens te verstrekken (art. 227b Sr) en verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) door gedurende periode van bijna 2 en half jaar stoffelijk overschot van zijn moeder in ouderlijk huis (waar hij zelf is blijven wonen) te verbergen en daarvan geen melding te maken bij uitkeringsinstanties, zodat haar AOW-uitkering en nabestaandenpensioen blijven doorlopen. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk). 1. Is beroep op ernst van feiten te vaag en algemeen om opgelegde straf te kunnen dragen? 2. Kon hof met het oog op voorkomen van nieuwe strafbare feiten een deel van gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- B.M.A. Jegers
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
