ECLI:NL:HR:2022:899
Hoge Raad · 05-07-2022 · zaaknummer 20/02836
Inhoudsindicatie
Bedreiging, art. 285.1 Sr. Post Keskin. Afwijzing van ttz. in h.b. gedaan verzoek tot het horen van getuigen op de grond dat het enkele betwisten van de aangiftes door verdachte onvoldoende is voor noodzaak tot horen van aangeefsters. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs. Voldoet procedure in haar geheel aan recht op eerlijk proces? ’s Hofs afwijzing van verzoek tot horen van aangeefsters als getuigen, waaraan door verdediging o.m. ten grondslag is gelegd dat eerder afgelegde verklaringen van die getuigen een belastende strekking hebben, is niet z.m. begrijpelijk. HR neemt daarbij in aanmerking dat Rb en hof de bewezenverklaring hebben aangenomen mede op grond van die door verdachte betwiste verklaringen van aangeefsters zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces (vgl. HR:2021:576). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
