ECLI:NL:HR:2022:758
Hoge Raad · 24-05-2022 · zaaknummer 21/03787
Inhoudsindicatie
Herziening. Poging doodslag in 2015 in Maastricht door met mes in bovenlichaam van ander te steken, waardoor deze letsel aan zijn milt en klaplong oploopt (art. 287 Sr). Aangevoerd wordt dat hof tot een vrijspraak zou zijn gekomen als het bekend zou zijn geweest met de bij de aanvraag gevoegde getuigenverklaringen, nu daaruit blijkt dat niet aanvrager maar zijn broer het slachtoffer heeft gestoken (art. 457.1.c Sv). HR: Op de in CAG vermelde gronden kan aangevoerde niet worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. CAG: Bij aanvraag gevoegde verklaring van getuige die zou zijn teruggekomen op door hem afgelegde belastende verklaring die hof voor het bewijs heeft gebruikt, tast die voor het bewijs gebruikte verklaring niet aan. Bij aanvraag gevoegde verklaring van broer van aanvrager inhoudende dat hij en dus niet aanvrager heeft gestoken, is in lijn met zijn eerder tegenover RC afgelegde verklaring en was hof dus reeds bekend. Overige bij aanvraag gevoegde getuigenverklaringen, die erop neerkomen dat broer van aanvrager heeft bekend dat hij slachtoffer heeft gestoken, zijn van onvoldoende gewicht om gegeven op te leveren a.b.i. art. 457.1.c. Sv. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR:2020:2030.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J.J. Serrarens
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
