Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2022:595

Hoge Raad · 10-05-2022 · zaaknummer 20/04390

StrafrechtGepubliceerd 20-04-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opzettelijk niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte van contant geld a.b.i. in art. 3 Verordening (EG) 1889/2005 door bij passagierscontrole op Schiphol in kleding en handbagage geldbedrag van € 40.735 te vervoeren, art. 10:1.4 en 10:1.5 (oud) Adw. “Verliet” verdachte EU toen bij veiligheidscheck van passagiers op Schiphol liquide middelen werden aangetroffen? Voor betekenis van de woorden “die de Gemeenschap (...) verlaat” in art. 3.1 Verordening 1889/2005 is rechtspraak van HvJ van belang waarin uitleg is gegeven aan art. 3.1 Verordening 1889/2005 (ECLI:EU:C:2017:341). Opvatting dat aangifteplicht die o.g.v. art. 3.1 Verordening 1889/2005 geldt bij het verlaten van EU, eerst ontstaat nadat natuurlijke persoon die de liquide middelen vervoert de buitengrenzen van EU heeft overschreden, is onjuist. Uit juridisch kader volgt dat aangifte door natuurlijke persoon bij bevoegde autoriteiten van lidstaat via welke de bewuste liquide middelen EU verlaten, moet geschieden voorafgaand aan het moment dat natuurlijke persoon het grondgebied van EU daadwerkelijk verlaat. Volgt verwerping.

Advocaten

  • E.J. Hofstee

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.