ECLI:NL:HR:2022:571
Hoge Raad · 17-05-2022 · zaaknummer 20/03437
Inhoudsindicatie
Zware mishandeling door ander tegen hoofd en gezicht te schoppen, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kunnen breuk van oogkas en breuk van kaakholte worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:1051 m.b.t. algemene gezichtspunten voor beantwoording van vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is. Hof heeft vastgesteld dat slachtoffer naast ander (hoofd)letsel, breuken van oogkas en kaakholte heeft opgelopen en dat breuk van oogkas doorliep naar voorzijde van schedel, terwijl ook bloeding onder schedel optrad. Slachtoffer is in ziekenhuis onderzocht, genezingsduur werd geschat op ten minste 6 weken en medisch ingrijpen was noodzakelijk. ’s Hofs oordeel dat sprake is van ‘zwaar lichamelijk letsel’ a.b.i. art. 302 Sr geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- H.M.W. Daamen
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
