ECLI:NL:HR:2022:565
Hoge Raad · 12-04-2022 · zaaknummer 21/05082
Inhoudsindicatie
Herziening. Invoer (art. 2.A Opiumwet) en aanwezig hebben cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat aanvrager onevenredig groot nadeel ondervindt van veranderingen die inwerkingtreding van Wet straffen en bescherming op 1-7-2021 heeft gebracht in (wijze van) tul van aan aanvrager voordien opgelegde gevangenisstraf, nu aanvrager mogelijk tot lagere gevangenisstraf zou zijn veroordeeld indien hof bekend was geweest met deze gevolgen. Aanvraag miskent dat onder “toepassing van een minder zware strafbepaling” in de zin van art. 457.1.c Sv wordt gedoeld op toepassing van een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. De oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder. Afwijzing aanvraag.
Advocaten
- L.H. van der Veldt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
