Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2022:507

Hoge Raad · 05-04-2022 · zaaknummer 19/04028

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op (buitenlandse) bankrekeningen onder klaagsters (vennootschappen) t.z.v. verdenking van overtreding Wet op de kansspelen. 1. Namens 2 klaagsters is geen schriftuur ingediend. 2. Was er op het moment van beslissing Rb sprake van verdenking van misdrijf waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd? 3. Komt art. 23.7 Sr in aanmerking bij misdrijf waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd ex art. 94a Sv? Ad 1. Geen middelen ingediend, klaagsters n-o. Ad 2. HR stelt voorop maatstaf die geldt bij beoordeling van klaagschrift van beslagene gericht tegen beslag a.b.i. art. 94a.1 of 94a.2 Sv. Rb heeft geoordeeld dat verdenking van medeplegen van overtreding van art. 1.1.a en/of 1.1.b Wok kan worden aangemerkt als de in art. 94a.1 of 94.2 Sv omschreven verdenking van misdrijf waarvoor geldboete van vijfde categorie kan worden opgelegd. Oordeel dat sprake is van verdenking “van een misdrijf” is ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat art. 36 Wok, wat betreft het niet naleven van de in art.1.1.a en 1.1.b Wok neergelegde voorschriften, slechts als misdrijf kwalificeert de gedragingen in strijd met art. 1.1.a Wok “voorzover zij opzettelijk zijn begaan” en Rb niets heeft overwogen over verdenking van opzettelijk begaan van dat feit door klaagsters. Ad 3. O.g.v. art. 94a.1 en 94a.2 Sv is voor het leggen van de in die bepalingen bedoelde conservatoire beslagen vereist dat sprake is van verdenking van of veroordeling wegens misdrijf waarvoor “een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd”. Uit deze bewoordingen van art. 94a.1 en 94a.2 Sv en wetsgeschiedenis blijkt dat aan deze toepassingsvoorwaarde kan worden voldaan door eventuele strafverhogende omstandigheden in aanmerking te nemen. Een voorbeeld van zo’n omstandigheid is dat ex art. 23.7 Sr bij veroordeling van rechtspersoon, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, aan die rechtspersoon een geldboete kan worden opgelegd tot bedrag van naast gelegen hogere categorie. Dat betekent i.c. dat aan rechtspersoon “een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd” in de zin van art. 94a.1 en 94a.2 Sv bij veroordeling voor misdrijf van opzettelijk begaan van overtreding van het in art. 1.1.a Wok o.g.v. art. 2.3 WED jo. art. 6.1.2 WED, ook al wordt dat feit op zichzelf bedreigd met geldboete van ten hoogste vierde categorie. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.