ECLI:NL:HR:2022:502
Hoge Raad · 05-04-2022 · zaaknummer 20/03650
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit oplichting. Kan klacht dat art. 36e.1 Sr is geschonden nu toewijzing van vordering tot ontneming van w.v.v. berust op onjuiste gronden, aangezien grondslag van uitspraak in ontnemingszaak komt te vervallen als middelen in strafzaak doel treffen, worden aangemerkt als cassatiemiddel? Voor onderzoek door cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie a.b.i. wet. Als zodanig middel kan slechts gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 20/03652 en 20/03783.
Advocaten
- B.F. Keulen
- V.A. Groeneveld
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
