ECLI:NL:HR:2022:471
Hoge Raad · 29-03-2022 · zaaknummer 21/00008
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van 128 hennepplanten in door verdachte gehuurde woning, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklacht wetenschap aanwezigheid hennepplantage. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte “opzettelijk” hennep aanwezig heeft gehad? Hof heeft vastgesteld dat zich in woning 128 hennepplanten bevonden, dat die woning op dat moment werd gehuurd door verdachte en dat verdachte in de GBA op dit adres stond ingeschreven. Hof heeft verder, n.a.v. verweer van verdachte dat door onderhuurder een hennepplantage in de woning zou zijn aangelegd, geoordeeld dat om meerdere redenen niet aannemelijk is geworden dat verdachte de woning heeft onderverhuurd. In een en ander ligt als ’s hofs oordeel besloten dat het niet anders kan dan dat verdachte (ongeacht of hij zelf woonachtig was in de woning dan wel op een ander adres) de zich in de woning bevindende hennepplanten opzettelijk aanwezig had. Dat oordeel is, ook in het licht van wat door verdediging is aangevoerd, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 21/00007 P.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
