ECLI:NL:HR:2022:410
Hoge Raad · 22-03-2022 · zaaknummer 21/02006
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat besluit CBR tot ongeldigverklaring van rijbewijs van verdachte aan hem bekend is gemaakt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1146 m.b.t. vereisten om tot bewezenverklaring van een op art. 9.2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Uit bewijsvoering kan niet z.m. volgen dat besluit van CBR tot ongeldigverklaring van rijbewijs van verdachte aan verdachte is bekendgemaakt en op het moment van tlgd. van kracht was. Daaraan doet niet af verklaring van verdachte dat hij in 2002 zijn rijbewijs is ‘kwijt geraakt’. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- E.E.W.J. Maessen
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
