ECLI:NL:HR:2022:399
Hoge Raad · 22-03-2022 · zaaknummer 21/00950
Inhoudsindicatie
Niet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Bevat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een bevelsbevoegdheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108 over het vereiste van een uitdrukkelijke “bevelsbevoegdheid”. Blijkens de bewezenverklaring en de kwalificatie heeft hof geoordeeld dat de door de betrokken politieambtenaar gegeven vordering de desbetreffende plek te verlaten een krachtens art. 160.7 (oud) WVW 1994 gedane vordering is, die heeft te gelden als een krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel of gedane vordering in de zin van art. 184.1 Sr. Op grond daarvan heeft hof geoordeeld dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het in art. 184 Sr bedoelde misdrijf. Dat oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een onder bepaalde omstandigheden geldende verplichting bevat voor bestuurder - waarvan niet-naleving in WVW 1994 (art. 177.1.a jo. art. 178.2) als overtreding is strafbaar gesteld - maar niet inhoudt dat betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het geven van het bevel. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
