ECLI:NL:HR:2022:363
Hoge Raad · 22-03-2022 · zaaknummer 20/04367
Inhoudsindicatie
Poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden? Raadsman heeft ttz. in h.b. opgemerkt dat AG gelijk heeft m.b.t. overschrijding redelijke termijn (geen compensatie). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:197 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en h.b. en vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden. Hof heeft tijdsverloop in h.b. afzonderlijk onderzocht en vastgesteld dat die is overschreden met 1 jaar en 2 maanden. In zoverre heeft hof beoordelingskader niet miskend. Vervolgens heeft hof geoordeeld dat die overschrijding geen aanleiding geeft tot strafvermindering, omdat totale berechting in feitelijke aanleg is afgerond binnen 4 jaren. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, omdat overschrijding in h.b. niet ‘beperkt’ was en hof geen bijzondere omstandigheden heeft genoemd die dat oordeel rechtvaardigen. Dit leidt niet tot cassatie gelet op duur van de aan verdachte opgelegde taakstraf van 90 uren en in het licht van verhandelde t.t.z. Volgt verwerping.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- P.H.L.M. Souren
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
