ECLI:NL:HR:2022:33
Hoge Raad · 18-01-2022 · zaaknummer 20/03401
Inhoudsindicatie
Diefstal d.m.v. braak, meermalen gepleegd, art. 311.1.5 Sr. 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Had hof moeten beslissen op opmerking raadsman dat redelijke termijn in h.b. met meer dan 6 maanden is overschreden? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. Hof heeft gelet op zijn overwegingen de opmerking van raadsman over de redelijke termijn in h.b. kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2 Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, in aanmerking genomen dat raadsman niet heeft aangevoerd op welke gronden de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM in h.b. zou zijn overschreden, niet onbegrijpelijk. 2. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG: anders t.a.v. redelijke termijn in h.b. Samenhang met 20/03400.
Advocaten
- J. Michels
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
