ECLI:NL:HR:2022:286
Hoge Raad · 22-02-2022 · zaaknummer 20/03757
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit omstandigheid dat rijbewijs van verdachte 8 jaren geleden ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en dat aan verdachte daarna geen ander rijbewijs is afgegeven? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1146 m.b.t. vereisten om tot bewezenverklaring van een op art. 9.2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Uit bewijsvoering kan niet z.m. volgen dat verdachte “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en ook niet dat na ongeldigverklaring van rijbewijs aan verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- H. Bakker
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
