ECLI:NL:HR:2022:1906
Hoge Raad · 20-12-2022 · zaaknummer 21/02586
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. snelheidsovertreding, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Rechtsgevolgen overschrijding redelijke termijn bij betekening mededeling verstekarrest hof ex art. 366 Sv i.g.v. niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Nu schriftuur geen klachten bevat t.a.v. ’s hofs beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het door hem ingestelde h.b. en HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, kan klacht dat na wijzen van ‘s hofs arrest bij betekening van verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid is betracht niet leiden tot vernietiging van ‘s hofs uitspraak (vgl. HR:2004:AO5711). Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- F.T.C. Dölle
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
