ECLI:NL:HR:2022:1897
Hoge Raad · 20-12-2022 · zaaknummer 21/02272
Inhoudsindicatie
Smaadschrift, art. 261.2 Sr. Was hof gehouden te beslissen op beroep van raadsman van verdachte op exceptie van art. 261.3 Sr, dat is opgenomen in niet voorgedragen pleitnota die wel ttz. in hoger beroep is overgedragen en in dossier is gevoegd? Geen rechtsregel verplicht rechter te beslissen op een door verdachte schriftelijk gevoerd verweer dat niet door of namens hem ttz. uitdrukkelijk is voorgedragen. Dit vereiste van uitdrukkelijke voordracht dient helderheid van procesvoering en geeft houvast over wat is aangevoerd aan rechter, verdediging en OM, terwijl zo ook wordt gewaarborgd dat OM in de gelegenheid wordt gesteld zich ttz. over dergelijke verweren uit te laten (vgl. HR:2005:AU1675). Hof heeft het door raadsman op tz. in h.b. aangevoerde verweer kennelijk opgevat als beroep op art. 10 EVRM en niet als beroep op art. 261.3 3 Sr. Deze aan feitenrechter voorbehouden uitleg van verweer is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- A.E. Harteveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
